Mijn kleine oorlog
×
Mijn kleine oorlog
Nederlands
2002
Volwassenen
Notities en vertellingen over de lotgevallen van de inwoners van een Vlaams dorpje tijdens de Tweede Wereldoorlog; wetenschappelijk verantwoorde editie met verschillende versies en toelichtingen.

Leeswolf

Je hebt Boon met de korte beentjes en Boon het genie. De eerste is de schrijver van interessante, maar niet echt baanbrekende werken als Abel Gholaerts of wat mij betreft ook Vergeten straat. Over de mijlpalen die de tweede Boon schreef, bestaat nu wel stilaan unanimiteit: De Kapellekensbaan, De paradijsvogel bv. Ook Mijn kleine oorlog, dat zonet in een 14e druk verscheen, kan je daarbij rekenen.

In deze editie zijn alle in druk verschenen versies van het werk opgenomen. Plus Boons notities voor een 'Oorlogsbijbel', Vertellingen over den oorlog. Daarnaast vind je zijn Zondagspost-kroniek uit 1945, de eerste druk van Mijn kleine oorlog uit 1947 en de tweede, herziene en uitgebreide druk uit 1960. En daarbovenop: een essay, waarin Boon-promotor en meningsvormer Kris Humbeeck nog eens rustig de tijd neemt om de ontstaansgeschiedenis en receptie van Mijn kleine oorlog uiteen te zetten.

Met Humbeecks Boon-opvattingen kon je al uitgebreid kennismaken in de nawoorden bij zowat alle nieuwe Boon-edities en in Onder de giftige rook van Chipka. Overtuigender dan ooit weet Humbeeck in dit essay de mythe van Boon als 'tedere anarchist' en romanticus te ontkrachten. Humbeeck haalt daartoe breed uit. Met de voorliggende versies in de hand gaat hij uitgebreid in op Boons levensbeschouwelijke en poëticale ontwikkelingen. Nog eens zet Humbeeck uiteen waarom je de beroemde "laatste roep: schop de mensen tot zij een geweten krijgen" net niet als een motto voor het hele oeuvre van Boon, maar als een laatste restant van zijn door Barbusse geïnspireerde idealisme moet lezen. Veelbetekenend vindt Humbeeck de toevoeging van nog een stukje aan de druk van 1960. Het idealisme van de 'laatste roep' is nu geheel uit de tijd, een vertegenwoordigster van de eigentijdse jeugd, Ondine, (zie De Kapellekensbaan) spreekt nu het nieuwe slotakkoord uit: "Wat heeft het alles voor zin". Humbeeck toont aan dat ook deze woorden niet als de onmachtsuiting van een geresigneerde Boon moeten worden gezien, maar juist als een waarschuwing aan de incorporatie van zijn hoop, de jongeren. Verder lezen we nog het grotendeels al bekende verhaal over de receptie en de belabberde verkoopscijfers van Boons vroege werken, het gemarchandeer met het manuscript tussen Manteau en De Arbeiderspers, Boons gekokketeer met zijn bitterheid daarover en het uiteindelijke, late succes. [Kris Lauwerys]

NBD Biblion

Hans Renders
Willem Elsschot schreef het al bij de eerste druk van dit bekende boek van de Vlaamse schrijver (1912-1979): 'Ruw, brutaal, ongeschoold, soms plat, maar dat alles is bewust en gewild, met goede, ja met edele bedoelingen'. Kris Humbeeck en vijf anderen tekenen voor deze teksteditie van 'Mijn kleine Oorlog', het verhaal van de Tweede Wereldoorlog gezien door de ogen van 'den kleinen man', de inwoners van een klein Vlaams dorpje. Het is anti-soldatesk en geschreven om 'de angst uit zijn ziel' te drijven. Boon bleef aan dit verhaal sleutelen, nadat het in afleveringen in Zondagspost had gestaan. De eerste druk uit 1947 en daarna die uit 1960 samen met de weekbladversie worden nu integraal gepubliceerd in deze 14de druk. Met een duidelijke biografische toelichting, een tekstverantwoording en prachtige foto's van Boon en andere dienstplichtigen. De vormgeving sluit aan bij de teksteditie van 'De voorstad groeit' uit 2000. Gebonden; kleine druk.