Mesopotamië : roman
Mesopotamië : roman
Details
361 p. : kaarten
Besprekingen
De Volkskrant
Midden in de Eerste Wereldoorlog zendt de Britse onderkoning in India de archeoloog, verbindingsofficier, avonturier en talenwonder Gertrude Bell (1868-1926) vanuit Delhi naar Basra om zich daar voor een inofficiële missie te melden bij het Britse militaire gezag.
In de verzegelde brief die hij haar meegeeft om aan de Britse legerleiding te geven, typeert de onderkoning haar: 'Het is een opmerkelijk intelligente vrouw met de hersens van een man.'
Eerder dan de persoon van Gertrude Bell typeert die zin een tijdperk en een cultuur waarin de rollen van man en vrouw zeer onderscheiden waren - een gestudeerde vrouw moest een weeffout in het goddelijke patroon zijn, een anomalie.Eigenlijk hoorde ze daar niet, in dat door wereldmachten omstreden gebied tussen de Eufraat en de Tigris, in het gevecht om invloed, olie en grondstoffen. Toch zou Gertrude Bell er een voorname rol spelen en de geschiedenis van Irak tot op de dag van vandaag mede bepalen.
Op de eerste pagina's van zijn roman Mesopotamië beschrijft de Fransman Olivier Guez - in Nederland bekend van De verdwijning van Josef Mengele (2017) - filmisch haar ontvangst in Basra, en wel zoals het steeds opnieuw zal gaan in haar loopbaan vol incidenten: aan autoriteit gewende ambtenaren, diplomaten en officieren, altijd mannelijke gezagsdragers, ontvangen Bell met argwaan, irritatie, ongeduld.
Want een hoogst intelligente vrouw die erom bekendstaat te debatteren, zich nauwelijks om hiërarchie bekommert, die zich beweegt onder schrijvers en zelf boeken schrijft, dat moet wel een gevaarlijke vrouw zijn.
Met zijn epische roman Mesopotamië bevrijdt Guez Bell van zulke denkbeelden, en geeft hij haar in vierhonderd overdonderende pagina's alle ruimte die ze verdient.
Gertrude Bell groeide uiterst beschermd op, haar familie bezat het zesde fortuin van Engeland en had toegang tot het hof. Een danser werd uit het Scala in Milaan naar Londen gehaald om Gertrude mooier te leren lopen. Ze genoot van de weldadige rijkdom van de Oriënt-Express, terwijl ze later op haar hurken zat bij opgravingen in de woestijn, om regionen in kaart te brengen waar nog nooit een westerling op een kameel was gekomen.
Guez suggereert dat het kwam doordat haar moeder vroeg was overleden, een verdriet dat haar nooit zou verlaten. Haar vader gaf haar toegang tot alle kennis die in bibliotheken te vinden is. Al vroeg toonde ze aanleg voor talen. Ze groeide op met het onverwoestbare imperialistische credo van 'Britannia rules the waves', geloofde heilig in een verlicht kolonialisme.
Met dat optimisme zou ze vele jaren later uit de klei van Mesopotamië een toren van Babel trachten te kneden waarin de mensen elkaar wel zouden verstaan, zo droomde ze.
Conservatieve ideeën over de missie van het blanke ras gingen bij haar hand in hand met een overtuigd kosmopolitisme. Ze beheerste niet alleen het Farsi en Arabisch, maar ook varianten en dialecten van verscheidene volkeren en (woestijn)stammen. Dat alles maakte van haar een tijdlang een bijzonder effectief, en ook gewaardeerd instrument in het Britse koloniale systeem.Ze onderscheidde zich als bruggenbouwer, spion, cartograaf, raadsvrouw zelfs van de Kroon. Ze kon praten met de lokale heersers, ze las dingen in hun taal en gedrag die voor ieder ander onleesbaar waren. Zij las hun 'hearts and minds' - een zinsnede die nog steeds wordt gebruikt.
Haar idealistische gedrevenheid en eigenzinnigheid stuitten echter ook telkens weer op weerstand. Nu eens werd een mannelijk ego gekwetst, dan weer golden de wetten van de realpolitik.
Haar fijnzinnigheid botste uiteindelijk op bommen en granaten. Door haar obsessie met een vreedzaam en verenigd Mesopotamië begreep ze te laat dat de Britse inspanningen daar maar een onderdeel waren van een veel groter machtsspel om de invloedssfeer in het oosten. Ze was dan misschien 'the queen of the desert', op het schaakbord van de wereld was ze toch niet meer dan een pion.
Daarnaast beschrijft Guez met groot inlevingsvermogen haar ongelukkige liefdesleven: om allerlei redenen wist ze zich met geen enkele man te verbinden, hoezeer ze dat ook wilde. In haar laatste jaren, na de Eerste Wereldoorlog, voelde ze zich steeds minder thuis in het frivole Westen.
Tot aan het einde van haar leven werkte ze aan de oprichting van het Archeologisch Museum in Bagdad, dat kort na haar dood opende. Tijdens de Irakoorlog in 2003 werd het deels verwoest en geplunderd. Het is een gegeven dat schrijnt, zoals ongeveer Guez' hele roman, die heen en weer beweegt tussen een onvoorstelbare levenskracht en een niet te stillen melancholie.