Kempenatelier

 

Bibliotheek en Archief bouwen samen aan een Kempenatelier.

De gespecialiseerde collectie in de Taxandriagang rond Turnhout en de Antwerpse Kempen worden aangevuld met erfgoedparels en unieke lokale verhalen, met de Kempen als rode draad.

Kempenatelier VIII | Oudjaar, Nieuwjaar

Sinte Katharina zingen in Arendonk, Sinte Mette in Retie, Nieuwjaarke Zoete of Drie Koningen? De Kempen kennen een lange geschiedenis van bedelzang en unieke eindejaarstradities. Waar liggen de wortels van die gebruiken? Eet jij worstenbrood of appelbollen met Verlooren Mondagh?

Bedelzang

Nieuwjaarszangers

Het is opvallend hoeveel zangtradities er in de Kempen nog leven. Driekoningen zingen, Nieuwjaarke zoete zingen, .. kennen we bijna allemaal. Maar er zijn ook heel wat lokale feesten. De liedjes van de Vastenavondviering in Olmen, Goriën zingen in Schoonbroek, ‘Kjèske in Lanteirn’, Sinte Mette in Retie, Sinte Katharina in Arendonk,.… vind je bijna nergens anders in Vlaanderen. Zing Ze bundelt heel wat van deze lokale gebruiken met hun oorsprong én (audiofragmenten van de) liedjes.

Koninkjes die jaarlijks op 6 januari voor de deur staan, wie kent ze niet? Driekoningen vieren is eeuwenoud. Net zoals vele tradities ontstaan binnen een religieuze context, haalt het gebruik zijn inspiratie uit het gekende Bijbelse verhaal. Hierin brengen enkele koningen een bezoek aan het pasgeboren kindje Jezus. Doorheen de eeuwen is het Driekoningen geëvolueerd naar een zangtocht van huis tot huis. In ruil voor wat brood of kleingeld werd er gezongen. Waar vroeger volwassenen op pad gingen zien we nu vooral kinderen in het straatbeeld verschijnen.

Zelf aan de slag? Maak je eigen “zingzak”, lampion, Driekoningenster of kroon.

Kom op 7 december naar Meemakers in de bib om je tas te zeefdrukken!

Dikke zoen van je kapoen

Nieuwjaarsbrief

Al eeuwenlang sturen mensen in de eindejaarsperiode hun kerst- en nieuwjaarswensen. De eerste ‘echte’ kerstkaart die onder historici bekend is, is een kaart uit 1611. Geschreven door de arts Michael Maierus, afkomstig uit het Heilige Roomse Rijk, die een kaart naar de Engelse vorst James I zond. Hij schreef de tekst in een roosvorm. De tekst luidde, vertaald: …met een gebaar van vreugdevolle viering van de geboortedag van de Heer, met vreugde en voorspoed gaan we het voorspoedige jaar 1612 binnen.

Het opzeggen van een nieuwjaarsbrief is een Vlaamse traditie die zijn oorsprong kent in de 16e eeuw toen de Franse koning Karel IX in 1563 besliste dat 1 januari voortaan nieuwjaarsdag zou zijn. De brieven van toen waren enkel voor de elite, want enkel zij gingen naar school en konden lezen en schrijven. Ze werden destijds in het Latijn in dichtvorm geschreven.

Vanaf de jaren ’60 braken beide gebruiken door bij het brede publiek.

Verlooren Mondagh

Verlooren Mondagh

De eerste maandag na Driekoningen is het Verloren maandag, vooral gekend in de provincie Antwerpen. Over de datum van 'Verloren Maandag' ontstaat af en toe discussie, maar traditioneel hoort er altijd een zondag tussen Driekoningen en de datum van 'Verloren Maandag' te zitten. Wanneer 6 januari op een zondag valt, is 'Verloren Maandag' niet de volgende dag, maar een week later.

Over het ontstaan van Verloren maandag doen verschillende verhalen de ronde:

* Verloren maandag zou komen van ‘Verzworen maandag’: de dag waarop ambtenaren in de Middeleeuwen hun eed aflegden en er in plaats van gewerkt, gefeest werd. De stad trakteerde op die dag z’n ambtenaren op worstenbrood en appelbollen. ‘Verzworen’ werd al snel ‘Verloren’: een dag niet gewerkt, wordt een verloren dag genoemd.

* Een ander verhaal verwijst naar het nieuwjaarsfeest van de gilden, op de eerste maandag na Driekoningen. Dat was een groot feest, en dus werd er door de ambachtslui die dag niet gewerkt. De patroon trakteerde op een borrel, dat leidde tot meer drank en slimme herbergiers probeerden de klanten zo lang mogelijk in de zaak te houden door hen een zout worstenbroodje aan te bieden – goed voor nog meer dorst.

* Nog een andere theorie zegt dat de natiebazen in de haven hun arbeiders op de eerste maandag na Driekoningen trakteerden op een borrel met een goedkoop hapje erbij: worst en brood.

Wat de echte oorsprong van de traditie is, zullen we wellicht niet meer te weten komen. Maar feit is wel dat Verloren maandag in Antwerpen nog steeds gevierd wordt. Zowat bij elke bakker kun je appelbollen en worstenbrood kopen of op voorhand bestellen. Maak je ze liever zelf? Probeer de recepten van het Kempenatelier die je vindt in de bib!

Download hier het lekkere receptenboekje

Kempenatelier VII | Strip in Turnhout

Turnhout kreeg in het verleden al meermaals de titel ‘Stripstad’ opgespeld. Dat de stad die naam nog steeds waardig is, blijkt uit de vele initiatieven die jaarlijks de revue passeren: Stripgids Salon, Rock Paper Pencil Festival, de 45ste(!) uitreiking van de Bronzen Adhemar, maar ook bijvoorbeeld het redden van de stripmuren uit de voormalige drukkerij Proost...

Een (niet zo) ver verleden

Het Turnhouts stripverleden heeft een deel van zijn wortels in het rijke grafische verleden van de stad.

Brepols

In 1797 stichtte de uit Leuven gevluchte Pieter Corbeels met zijn leerling Philippus Jacobus Brepols in Turnhout een drukkerij. Corbeels werd uiteindelijk gefusilleerd door de Fransen, waarna Brepols de drukkerij vanaf 1800 verder zette onder zijn eigen naam, waar in de winkel reeds prenten en mannekensbladen verkocht werden. De firma Brepols was meer dan een eeuw, van 1817 tot ca. 1935, actief als drukkerij van mannekensbladen en heeft in die periode 623 verschillende mannekensbladen uitgebracht... Meer dan welke uitgever ook in het Nederlandse taalgebied!

Vooral bij de latere prenten met historische, humoristische en andere verhalen is het opvallend dat er een vrijere uitvoering kwam in de afbeeldingen. Er werd volop geëxperimenteerd met de kadrering. Op die manier vormen ze een verbindende schakel tussen de verdwijnende kinderprent en het aanstormende succesvolle stripverhaal.

Eén van de werknemers bij Brepols was Henri Proost. Hij was er directeur van de afdeling kerkboeken. Net voor W.O. I hield Proost het er voor bekeken en richtte zijn eigen bedrijf op in de Otterstraat: Henri Proost & Co. Hij ging daarmee rechtstreeks in concurrentie met zijn vorige werkgever en drukte ook kerkboeken.

Door het Tweede Vaticaans Concilie in 1962 stortte de kerkboekenmarkt in elkaar en moest Proost nieuwe markten opzoeken. De stripmarkt werd langzaam veroverd en miljoenen strips rolden er over de persen. Na verschillende crisissen de laatste decennia sloot Proost in 2015 definitief de deuren.

In 2021 besluit de nieuwe eigenaar, Bolckmans, de renovatie van de kantoorgebouwen op te starten.

Die kantoren herbergen een hele reeks unieke tekeningen van auteurs die langskwamen in de drukkerij om hun goedkeuring te geven over de drukproeven.

Stripgids besluit, samen met de Turnhoutse musea en de firma Bolckmans, om een reddingsactie op poten te zetten en de (gyproc)muren uit het gebouw te verwijderen.

Jan Smet

Een andere grote naam in de stripwereld in Turnhout, maar ook ver daarbuiten, is zonder twijfel Jan Smet.

Jan Smet (c) Bart Van der Moeren

Turnhout mag van geluk spreken dat Jan Smet in 1945 het levenslicht zag in de pittoreske stad. Al op jonge leeftijd was hij geïnteresseerd in strip (en censuur).

Werkzaam in het Turnhoutse Archief neemt hij in 1974, als 29-jarige, CISO-magazine over van Cees Coenders en herdoopt het tot Stripgids. Hij zal als hoofdredacteur in totaal 32 nummers maken. In 1985 stopt Smet met het tijdschrift, waarmee hij de fundamenten legde van de Vlaamse stripjournalistiek.

In 1977 vernam Smet dat Vlaams striptekenaar Willy Vandersteen de Prix de scénariste étranger won op het Internationaal stripfestival van Angoulême. Smet begreep niet dat er nog geen Vlaamse stripprijs bestond en besloot om zelf een te beginnen, samen met zijn uitgever Cees Coenders. Smet nam in de praktijk echter wel al het werk voor zijn rekening. In 1977 werd de eerste Stripgidsprijs uitgereikt aan Hec Leemans en Daniël Janssens.

Om meer belangstelling van het grote publiek te creëren voor de uitreiking van de prijs besluit Smet om in 1979, bij de derde uitreiking, een stripdag te organiseren. Die dag groeide uit tot het erg succesvolle Stripgidsfestival, later Stripgidsdagen. Tot 1990 blijft Smet betrokken bij de organisatie van het festival. Ad Hendrickx en Patrick Van Gompel nemen de organisatie van hem over. Tot 2003 blijft Smet actief als voorzitter van de Bronzen Adhemar.

Wanneer in 2006 het tijdschrift een nieuwe start krijgt, krijgt Jan Smet een vaste rubriek, ‘Lost in Translation’, waar hij strips voorstelt die een Nederlandse vertaling verdienen. Vanaf 2013 zal het thema wijzigen in censuur, wat naast strips zijn ander stokpaardje is.

In 2014 brengt hij een bundeling van zijn interviews uit: ‘Vlaamse Reuzen’. In 2021 verschijnt zijn levenswerk ‘Duizend Bommen en Castraten – Censuur in de strip’.

Strip in Turnhout, doorheen de tijd

  • 1974, Jan Smet neemt CISO-magazine over en herdoopt het tot Stripgids
  • 1977, Oprichting van de Stripgidsprijs als eerste Vlaamse stripprijs
  • 1979, Eerste Stripgidsdag om de uitreiking van de Stripgidsprijs meer in de verf te zetten
  • 1983, Winnaar van de Stripgidsprijs krijgt voor het eerst een bronzen Adhemar-beeldje als prijs
  • 1985, Stopzetting tijdschrift Stripgids, de naam Stripgidsprijs geraakt in onbruik en wordt Bronzen Adhemar genoemd
  • 1987, Ad Hendrickx, van stripwinkel Tistjen Dop, neemt de organisatie van de stripbeurs over. De rest van de organisatie blijft bij Jan Smet.
  • 1989, Verandering naam naar Stripgidsdagen. Het festival wordt immers een tweedaags festival.
  • 1990, Oprichting van de Bronzen Adhemarstichting (Jan Smet, Patrick Van Gompel, Ad Hendrickx en anderen). Smet verlaat de organisatie van het festival maar blijft voorzitter van de jury van de Bronzen Adhemar.
  • 1993, Marc Sleen kan de Bronzen Adhemar niet winnen omdat hij vast jurylid is.  In 1993 wordt echter de oeuvreprijs de Gouden Adhemar aan hem uitgereikt.
  • 1999, Voor het eerst wordt de prijs uitgereikt door een minister, de toenmalige Vlaamse minister van Cultuur Bert Anciaux
  • 2003, De Bronzen Adhemar wordt een staatsprijs onder de Vlaamse Cultuurprijs voor de Strip. De winnaar krijgt er vanaf dat jaar €12.500 bij.
  • 2004, Ad Hendrickx en Patrick Van Gompel stoppen met organisatie van het festival en het uitreiken van de prijs. De uitreiking blijft gegarandeerd onder de Vlaamse Cultuurprijzen.
  • 2004, Karl van den Broeck wordt door de directeur van de Warande gevraagd om het festival verder te zetten, om wille van het belang van het festival voor het cultuurcentrum. Geert De Weyer en Tine Rams worden aangetrokken om het festival mee te organiseren.
  • 2005, Verderzetting festival onder de naam Strip Turnhout. Het eerste festival door de nieuwe organisatie. Er liep veel mis, waarna Geert De Weyer en Tine Rams de organisatie al na één editie verlieten. Hun plaats wordt ingenomen door Toon Horsten en Bart Gaublomme. Strip Turnhout stelt de jury van de Bronzen Adhemar overigens nog samen, maar zetelt er zelf niet in.
  • 2005, Aanstelling eerste stadstekenaar
  • 2006, Stripgids krijgt de vraag van de provincie Antwerpen om terug een stripblad uit te brengen. Het tijdschrift Stripgids ziet terug het daglicht.
  • 2013, Laatste toekenning Vlaamse Cultuurprijs voor de Strip. In 2015 wordt de officiële benaming Vlaamse Cultuurprijs voor de Letteren.
  • 2013, De naam van het festival verandert van Stripgidsdagen naar Stripgids Festival
  • 2015, Laatste editie Stripgids Festival
  • 2017, Vlaams Fonds voor de Letteren keurt het subsidiedossier van Stripgids niet goed, maar er kwam toch een akkoord. Het tijdschrift verandert in samenspraak met de partners en de Bronzen Adhemar wordt een driejaarlijkse prijs. Voor het festival worden geen middelen meer voorzien.
  • 2017, De Vlaamse Cultuurprijzen worden omgevormd tot de Ultimas.De verschillende literaire disciplines worden voortaan gegroepeerd in één Ultima, die voor de Letteren. De vaste (en door de overheid gegarandeerde) regelmaat van een belangrijke prijs voor strips is voorbij.
  • 2018, Stripgids beslist om terug autonoom de Bronzen Adhemar uit te reiken. De geldprijs en een tentoonstelling in de thuisbasis van Stripgids, de Warande blijven behouden. De geldprijs bedraagt voor de laureaat van 2018 10.000 euro. De laureaat wordt sinds 2018 voor het eerst tijdens het Stripfeest in Brussel bekendgemaakt, als onderdeel van de Atomiumprijzen.
  • 2019, Eerste Games & Comics Festival dankzij ‘Rock Paper Pencil’, een samenwerking tussen Stripgids, Stad Turnhout, Cartamundi, Game Brewer en POM Antwerpen, dankzij steun van EFRO en de Provincie Antwerpen. Het stripgebeuren wordt opengetrokken naar onder andere bordspelen en andere interessant grafische strekkingen waar binnen de stad.
  • 2020, Na de beëindiging van de EFRO-subsidies besluiten Stripgids, Stad Turnhout en de Provincie Antwerpen om het project Rock Paper Pencil verder te zetten. Doel van het project is om de brug te slaan tussen ondernemerschap en creativiteit. Dat doen ze door een rist aan activiteiten.
  • 2022, Op 11 november zal het Rock Paper Pencil Festival opnieuw doorgaan, weliswaar onder een nieuwe titel.

Bronzen Adhemar

De Bronzen Adhemar is de belangrijkste onderscheiding op het vlak van het beeldverhaal in Vlaanderen. De prijs, tussen 2003 en 2017 gekoppeld aan de Vlaamse Cultuurprijs voor de Strip, wordt sinds 1977 om de twee jaar uitgereikt. Lange tijd gebeurde dat tijdens het festival van Turnhout (de eerste drie edities jaarlijks, vanaf 1979 tweejaarlijks). De prijs draagt de naam van een personage uit de reeks ‘Nero’ van Marc Sleen en ontstond uit het magazine Stripgids. Op zijn beurt groeide de ceremoniële prijsuitreiking uit tot het Turnhoutse stripfestival.

De Bronzen Adhemar

De Vlaamse Cultuurprijzen werden in 2017 omgevormd tot de Ultimas. Los van de naamswijziging impliceerde die operatie onder meer dat de verschillende literaire disciplines voortaan werden gegroepeerd in één Ultima, die voor de Letteren. Met andere woorden, de vaste (en door de overheid gegarandeerde) regelmaat van een belangrijke prijs voor strips is voorbij. Voortaan beslist de jury ‘Letteren’ of de Ultima voor de Letteren naar een stripmaker, dan wel een romancier, dichter of theatertekstauteur gaat.

Om die reden besliste Stripgids om voortaan terug autonoom de Bronzen Adhemar uit te reiken. Wat behouden blijft, is een geldprijs en een tentoonstelling in de thuisbasis van Stripgids, de Warande. De geldprijs bedraagt voor de laureaat 10.000 euro. De laureaat (m/v/x) wordt sinds 2018 voor het eerst tijdens het Stripfeest in Brussel bekendgemaakt, als onderdeel van de Atomiumprijzen. Diezelfde laureaat mag het beeldje in Brussel even vasthouden, om het pas écht in ontvangst te nemen op de vernissage van de overzichtstentoonstelling in Turnhout.

In 2022 krijgt Judith Vanistendael de prijs voor haar werk.

Ontroerend goed

 

Lijst met laureaten van Stripgids

Kempenatelier VI | mini-Turnhout

Jan Melis met miniatuur

Van 1 juli tot 16 september kun je Turnhout in het klein ontdekken in de bibliotheek. Ontdek de maquettes van Jan Melis en Fons Devolder in de Taxandriagang en ga op zoektocht in de stad: zelf of onder begeleiding van de Turnhoutse stadsgidsen. 

Dit initiatief is een samenwerking tussen Bibliotheek Turnhout, de Warande, Kunsthuis Yellow Art en de Turnhoutse stadsgidsen.

De kunstenaar: Jan Melis

Jan Melis (°Turnhout, 4 juli 1957) is actief in Kunsthuis Yellow Art sinds 2014. Het tekenen zat er bij Jan al in van in zijn kinderjaren. Hij vond het vooral prettig om vrij te zijn in hetgeen hij wilde creëren, les volgen en opdrachten was niet aan hem besteed.

Als natuurliefhebber maakte hij in het verleden vaak landschappen in pastel. Tegenwoordig tekent hij liever stadszichten. Het potlood is hierbij zijn favoriete medium.

Het idee voor zijn tekeningen vond oorsprong in wat Jan “De vakantiekrant” noemt. Deze krant is een visueel verslag in stripvorm dat hij telkens maakt van elke reis die hij onderneemt. Elke bezienswaardigheid die hij bezoekt op zijn reis tekent hij op in deze krant en voorziet hij van de nodige commentaar. Dit doet hij ondertussen al 24 jaar. Jan zoekt in zijn werk steeds naar een interessante invalshoek om zijn tekeningen te presenteren.

De oorspronkelijk potloodtekeningen die Jan als rasechte muggenblusser van Turnhout maakte, groeiden uit tot 75 mini-maquettes die samen een indrukwekkend overzicht geven van het historisch erfgoed dat Turnhout rijk is.

Momenteel werkt hij aan een nieuw project en onderzoekt hij de mogelijkheden van het combineren van zijn tekeningen met collagetechnieken.

Mini-Turnhout: expo, zoektocht en stadswandeling

Jan Melis mini-Turnhout Merodelei

Uit de 75 werken van Jan Melis, selecteerden de Turnhoutse stadsgidsen 20 gebouwen waarlangs een zoektocht werd gemaakt.

Ga op zoek naar de gevels in de Turnhoutse straten en los de bijhorende vragen op. Voor de zoektocht kun je zelfstandig op pad. De brochure haal je in de bibliotheek. Breng je antwoordformulier binnen bij de bibliotheek voor 15 september en wie weet win je een leuke prijs!

Op 14 juli en 11 augustus voorzien de stadsgidsen een geleide stadswandeling langs een aantal van de gebouwen waarvan Jan Melis een miniatuur maakte. De wandeling start telkens om 19.00 uur aan de expo in de bib. Schrijf je in via uitinturnhout.be/tickets.

Schrijf je in voor een geleide stadswandeling op 14 juli of 11 augustus

Maquettes van Fons Devolder

mini-turnhout watertoren

Ook Fons Devolder (1942 – 2014) had een passie voor Turnhout in miniatuur. Gefascineerd door treintjes en modelbouw, wilde hij ‘zijn Turnhout’ rond de modelbaan bouwen. Hij vroeg plannen van Turnhoutse gebouwen op en bouwde ze op schaal na. 

Uren en dagen zat hij te tekenen, knippen, plakken en lijmen om alles in elkaar te zetten. Hij was heel fier toen hij het resultaat van zijn creativiteit ook een keer aan het grote publiek mocht tonen tijdens een expo in de parochiezaal van Schorvoort.

In de bibliotheek kun je zijn prachtig precieze versies van de watertoren (ooit nog Object van de Maand!), de Begijnhofpoort en het Huis Metten Thoren (Taxandriamuseum) bewonderen, met dank aan dochter Chantal Devolder en aan Wim Paeshuyse, sinds een aantal jaren trotse eigenaar van een aantal van zijn maquettes.

Kempenatelier V | Erfgoed maakt school!

Kempenatelier Erfgoed maakt school

Net als heel wat andere erfgoedspelers, duikt het Kempenatelier vanaf april in het schoolleven en -verleden. Onder de titel ‘Erfgoeddag maakt school!’ zet de Erfgoeddag van 22 tot en met 24 april het rijke onderwijserfgoed in de kijker over heel Vlaanderen en Brussel. Ontdek alle activiteiten op www.erfgoeddag.be/map en in het bijzonder in de Kempen op https://www.erfgoeddagkempen.be/.

In de bibliotheek kun je tot eind juni terugblikken naar het Turnhoutse schoolleven van weleer. Van een houten boekentas tot een gouden lauwerkrans voor de beste van de klas, in de vitrinekasten aan de Taxandriagang vind je unieke stukken uit vervlogen tijden.

Vandaag trekken meer dan 6.000 lagere schoolkinderen en liefst 7.000 middelbare scholieren dagelijks naar 27 Turnhoutse scholen. Doorheen de jaren verdwenen heel wat oude schoolgebouwen én kwamen er nieuwe campussen bij.

Waar liep jij school in Turnhout?

Verdwenen scholen

Sinds het einde van de 19e eeuw beschikt Turnhout over drie onderwijsnetten: een stedelijk net in de Prinsenstraat, Gemeentestraat en de Begijnendreef, een rijksonderwijs met de voorbereidende afdeling van de École Moyenne, en een vrij katholiek onderwijs.

Verschillende van deze oude campussen kregen intussen een nieuwe bestemming.

Gemeentelijke meisjesschool Gemeentestraat

Meisjesschool gemeentestraat

Pas in 1864 startte er een stedelijke (lagere) meisjesschool op het Begijnhof, onder leiding van Rosalie Van Bieser.

In 1876 opende in de Gemeentestraat de eerste kosteloze school voor meisjes in een nieuw schoolgebouw. Herhaaldelijk werd er bijgebouwd. Zo kwam er in 1892 een huishoudklas bij. Aan de school was ook een gemengde kleuterschool verbonden. In 1922 werd een vierde graad toegevoegd. In mei 1967 verhuisde de school naar de Otterstraat. De school bleef bestaan tot 1972.

Meer dan een eeuw later, in 1981, vond de Stedelijke Academie voor Schone Kunsten onderdak in het gebouw, die in 2017 een plaats kreeg in de nieuwe kunstencampus Turnova.

Vervolgens werd het gebouw omgevormd tot een cohousingproject.

Sinds 1999 is de voormalige Gemeentelijke Meisjesschool beschermd als monument.

Stedelijke jongensschool Prinsenstraat & Begijnendreef/Lindestraat

Prinsenstraat

De gemeentelijke (lagere) jongensschool was oorspronkelijk gevestigd in de vroegere Victor Van Halstraat (Grote Markt), met een wijkafdeling in de Prinsenstraat. Deze laatste werd in 1915 een aparte gemeentelijke school.

Eind oktober 1921 verhuisde de school van de Van Halstraat naar de Warandestraat, naar de lokalen van de vroegere "aangenomen" jongensschool. In 1927 werd weer verhuisd, ditmaal naar noodlokalen in de Gasstraat. Het schooljaar 1929-1930 startte in nieuwgebouwde schoollokalen in de Begijnendreef (Wouwerstraat). In 1977 werd de school een wijkafdeling van de lagere school in de Parkwijk. De school sloot het jaar erna. Er waren toen nog maar twee klassen lager onderwijs. 

Dinamo maakte gebruik van de klaslokalen in de Prinsenstraat tot 2019 voor de volwassenenopleiding door vrijwilligers. Beide gebouwen werden verkocht en worden omgevormd tot woonsites.

Kempenatelier IV | Eric Antonis

Elke twee jaar zet de bibliotheek een Kempische pionier in de kijker.

In 2022 kunnen we niet om Eric Antonis heen, die 50 jaar geleden cultuurcentrum de Warande opende en daarmee aantoonde dat kunst en cultuur niet enkel in de grootsteden thuishoren.

Ontdek zijn archief tot einde maart 2022 in de vitrinekasten van het Kempenatelier.

Onze opdracht lag tussen die twee uitersten: authentiek volks en authentiek avant-gardistisch.’ - Eric Antonis, directeur van de Warande van 1972 tot 1988 

Biografie Eric Antonis 

Eric Antonis

Anonis (Turnhout6 juli 1941 – Antwerpen, 13 november 2014) begon zijn loopbaan eind jaren ‘60 als leraar geschiedenis, eerst in het Koninklijk Atheneum Heist-op-den-Berg en dan in "Het Spijker" in Hoogstraten. Nadien werkte hij als bestuurssecretaris op het kabinet van toenmalig minister van Nederlandse Cultuur Frans Van Mechelen (CVP). In 1972 kwam hij aan het hoofd te staan van de Warande, één van de eerste culturele centra  in Vlaanderen.

Van mei 1988 tot mei 1990 was hij directeur van Het Zuidelijk Toneel in Eindhoven. Vanaf het voorjaar van 1990 leidt hij het ambitieuze project Antwerpen '93 Culturele hoofdstad van Europa in goede banen, tot 1994. Antonis werd op 1 januari 1995 schepen van cultuur, bibliotheken en monumentenzorg van de stad Antwerpen, tot zijn pensioen in 2004. Als schepen van cultuur kreeg Antonis veel waardering als promotor van het stadsfestival Zomer van Antwerpen, als initiatiefnemer tot de bouw van het MAS, de Permekebibliotheek, het Felixarchief, de fusie van de Koninklijke Nederlandse Schouwburg en de Blauwe Maandag Compagnie tot Het Toneelhuis en de omvorming van het Koninklijk Jeugdtheater tot HETPALEIS.

In 2009 werd hem de Prijs voor Algemene Culturele Verdienste uitgereikt. Daarnaast werd hij Chevalier de l'Ordre des Arts et des Lettres (Frankrijk) en kreeg hij de Cultuurprijs van de Provincie Antwerpen, de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Architectuur, de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Cultuur (naar aanleiding van het intendantschap Antwerpen '93), en de Nestorprijs van de Stad Herentals. Eric Antonis werd bijgezet op het Erepark van de Antwerpse begraafplaats Schoonselhof.

Volks en avant-gardistisch

In 1966 wordt de eerste steen gelegd voor een cultureel centrum op de plek van het oude ziekenhuis achter het kasteel, in de "Warande", het voormalige jachtterrein van het Kasteel van de hertogen van Brabant. Het cultureel centrum opent op 28 oktober 1972 en de schouwburg zelf wordt afgewerkt in 1977. Het gebouw huist ook een tentoonstellingsruimte, een café, leslokalen en (vanaf 1973) de Openbare Bibliotheek.

De Warande - Eric Antonis

Eric Antonis was de eerste directeur. Hij streefde ernaar het bestaande Nederlandstalige repertoiretoneel aan te vullen met een avontuurlijk aanbod. Hij wilde dingen doen waarvan de mensen niet meteen vinden dat het in een cultuurtempel past. Zo liet hij voor zijn eerste tentoonstelling grote bakken reptielen overkomen van over de hele wereld, samen met het Franse ‘Centre de recherche et de documentation en herpetologie de Lisieux’. Hij keek verder dan de theorie van de democratisering van de cultuur, die de afstand wilde verkleinen tussen het artistieke exploot en de toeschouwer. Zijn bedoeling was om ofwel heel populaire dingen te doen, ofwel kansen te geven aan beginnende acteurs en artiesten. En dat wierp stilletjes aan zijn vruchten af. Ook de bijzondere band met Nederland en de gezonde competitie tussen de vijf nieuwe culturele centra in Vlaanderen versterkten het aanbod van de prille Warande.

Bron: Kunstenpunt, interview met Wouter Hillaert

Beluister het interview met Eric Antonis over de Vlaamse podiumkunsten in de jaren '80 hier.  

Gejuich en protest

Niet iedereen was opgezet met het experimentele programma van de beginnende Warande.

De gevestigde elite gaf het cultuurcentrum weinig kansen en verontwaardigde bezoekers uitten hun ongenoegen via klachtenbrieven.

Blue Saints

Daartegenover stond het succes van de vernieuwende voorstellingen die nieuwe bezoekers lokten en de appreciatie van gezelschappen en artiesten.

Zijn programma lokte af en toe polemiek uit, maar Antonis bleef steeds de kunstenaars verdedigen.

In 2013 blikte hij terug op de beginjaren en richt hij zich tot zijn collega’s naar aanleiding van 40 jaar cultuur- en gemeenschapscentra.

 

Kempenatelier III | Goesting

In de uitgebreide collecties van Bibliotheek en Archief zitten materialen die je doorgaans niet in de rekken zou verwachten en die je er meestal ook niet zult zien staan. Materialen die eerder verguisd zijn of die je alleen met een dosis gêne of schaamrood op de wangen zou kunnen lenen.

Onder het thema ‘Goesting’ kregen juist deze materialen een tijdelijke plek. 

De pulproman

De jaren 1950 tot ‘70 kende een ware bloei in het aanbod van de geschreven porno in Vlaanderen. Er werden aan de lopende band en in hoge oplage pornografische pulpromans geproduceerd.

Erotiek pulp

Deze boekjes werden goedkoop en in reeksen uitgegeven. Tot 1968 was er een grote export van deze romannetjes vanuit Vlaanderen naar Nederland. Daar was toen nog strengere censuur op erotische literatuur, maar vanaf ‘68 veranderde de regels en werd men in Nederland progressiever en toleranter in vergelijking met België.

De covers van de romans waren eerst nog suggestief, maar werden snel explicieter. Inhoudelijk waren de romans weinig origineel en vaak erg stereotyperend.

De meeste verhalen waren ook niet vrouwvriendelijk; vrouwelijke personages waren meestal prostituees of huismoeders.

(Uit: expo ‘Porno, pulp en literatuur’ van Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience)

Ludo van Eck of Jo Durand?

Pol Erotiek

Meester van de erotische pulproman is Kempenaar Ludo van Eck. Onder diverse pseudoniemen zoals Lou Delareu, Lew Vanne en Lou V. E. Hold schreef Van Eck in de jaren ‘60 ook populaire porno.

Zijn Jo Durand-reeks rond een playboy gemodelleerd op James Bond, verkocht aan het eind van het decennium wekelijks een half miljoen exemplaren in Vlaanderen en Nederland.

In de reeks van Mike Spot krijgen detectiveverhalen een erotisch tintje. Nog pikanter is misschien dat hij ook clandestiene naziporno schreef onder namen als Inge Liebkraft.

De erotische collectie van Ludo van Eck was in de zomer van 2021 ook ‘object van de maand’ van het Archief!

Erotiek in de strip

Omstreeks de jaren dertig kwamen er, voornamelijk in Amerika, illegaal uitgegeven erotisch of pornografisch getinte strips tevoorschijn die onder de toonbank verkocht werden. 

Zwarte Reeks

Pichard en Guido Crepax zijn bij de eerste die onder eigen naam openlijk strips met een seksueel getinte inhoud publiceren, nadat de eerste pornografische films uit Denemarken verschijnen in de jaren zeventig. Die strips varieerden van onschuldig bloot tot extreem gewelddadige SM-verhalen waar ook geweld en doodslag schering en inslag waren.

In navolging hiervan verschijnt de Zwarte Reeks, een serie pornografische strips van diverse tekenaars. Milo Manara is er één van. Hij wordt later wereldberoemd met zijn getekende Lolita-modellen. Uitgeverij Sombrero stond garant voor het verschijnen van de Zwarte Reeks.

Ook van meer bekende strips verschenen er mettertijd heel wat uitgesproken erotische parodieën, meestal zonder medeweten van de originele uitgever. Denk maar aan De Kale Keizerin of De Glunderende Gluurder (Suske & Wiske), meer recent: Suster en Wiebke.

Kempenatelier II | Turnhout kermis vroeger en nu

Turnhout Kermis

De augustuskermis staat al jaar en dag bekend als de grootste en plezantste in de regio, denk maar aan de beroemde verpachting van de plaatsen en de feestelijke intrede van de foorkramers.

Vandaag telt de kermis een 70-tal attracties en lokt ze op topdagen zo'n 4 000 bezoekers. Onze mini expo nam je in de zomer van 2021 zomer mee naar Turnhout kermis van toen.

Wie snoepte als kind niet van de typisch Turnhoutse dobbele witjes?

Dobbele witjes: een Turnhoutse uitvinding

Dobbellewitjes VC

Dobbele witjes waren vroeger een begeerde lekkernij op de kermis én zijn een Turnhoutse uitvinding.

De overgrootvader van François Eykens was de grondlegger van de dobbele witjes: hij maakte karamel-mopjes op speelkaarten.

Zijn grootvader Sooi werkte lang aan het verbeteren van het recept, maar dat blijft een familiegeheim! Het deeg werd met een spuitzak (met vijf uitgangen) op speciaal papier gespoten, met bloem bestoven, bewerkt met een fles en vervolgens doorheen het hele huis in houten rekken te drogen gelegd. Hij maakte al het materiaal zelf en trok met zijn kar, kist, draaimolen en paraplu rond naar de plaatselijke kermissen.

Nadien hielpen zoon Jos en dochter Yvonne in de zaak.

Momenteel is al het materiaal in handen van de Heemkundige Kring ‘De Vlierbes’ in Beerse.

Het originele draairad vond je in de zomer van 2021 in onze bib.

Een kermis in elk gehucht

Kermis in de gehuchten

Vroeger had zowat elk Kempens gehucht zijn eigen kermis.

Ook Turnhout moest hier niet voor onderdoen.

Naast de grote augustuskermis vonden het hele jaar door tal van kermissen plaats doorheen de stad:

  • Carnaval kermis op de markt,
  • Parkwijk kermis,
  • Kastelein kermis,
  • Schorvoort kermis,
  • Otterstraat kermis,
  • Klein kermis (Kasteelplein),
  • Lokeren kermis,
  • Zevendonk kermis,
  • Oosthoven kermis,
  • Wieltjes kermis,
  • Buiten kermis (watertoren).

Gezocht: foto's uit de oude doos van Turnhout kermis

Adriaantje

Heb je goede herinneringen én oude foto’s van de augustuskermis óf een van de vele Turnhoutse wijkkermissen?

 

 

Bezorg ze aan activiteiten.bibliotheek@turnhout.be met vermelding van plaats en datum.

Kempenatelier I | Was het nu Turnawts, Kastels of Aerendoenks?

Jokeren

Bibliotheek & Archief startten met een duik in het levenswerk van Jos Aerts: een enorme collectie over het Turnhouts dialect.

En hoe zeggen ze dat ook weer in het Kastels of Aorendoenks?

 

Jos Aerts: "Het werd een levenswerk."

Flikketeer Jos Aerts

Jos Aerts (1909-1982) was lid van de scouts, natuurvereniging De Wielewaal en de Geschied- en Oudheidkundige Kring Taxandria. Hij werkte aan een verzameling van Turnhoutse dialectwoorden en aan een "bloemenalbum" van wilde planten die hij vond in Turnhout.

Zijn levenswerk resulteerde in duizenden handgemaakte fiches en tekeningen die hij bij testament naliet aan stad Turnhout.

Dit omvat enerzijds een driedelig dialectwoordenboek met Turnhouts Taaleigen: taalkundig, technisch, fonetisch: 50.000 pagina’s over het Turnhoutse dialect goed voor 300 boekdelen, Het Juiste Turnhoutse woord en het Turnhoutse Uitspraakwoordenboek van het Algemeen Nederlands (15 delen). En anderzijds het Gemeentelijk Bloemenalbum, met 936 wetenschappelijke pentekeningen en 40 pagina’s index.

De volledige geïnventariseerde collectie kan je raadplegen via Archiefbank Kempen.

Kempens dialect

De Kempen heeft een rijk dialect. En daar mogen we fier op zijn! Toch horen we verschillende woorden en uitspraken in andere hoeken van de Kempen.

In Tielen spreken ze van gès en in Arendonk van grouwes (gras). In Retie schommelen ze op een stuur en in Ravels op een sturel.

Op veel plaatsen proberen inwoners het plaatselijk dialect te bewaren en documenteren, vaak door het onderzoek van Heemkundige kringen. In de collectie van de Taxandriagang vind je heel wat lokale uitgaves uit de Noorderkempen met aandacht voor het plaatselijke dialect.

Bekijk de collectie van de bibliotheek en het archief over het dialect...

Dialectloket

DIalect taalkaart

Inwoners van het ene dorp spreken anders dan die van het andere, jongeren anders dan ouderen en Vlamingen van vreemde herkomst anders dan inheemse Vlamingen. Nergens ter wereld hoor je zoveel talige variatie als in Vlaanderen!

Dialectloket werd ontwikkeld door de dialectologen van de Universiteit Gent om die variatie in onze Nederlandse taal te illustreren. Je vindt er heel wat achtergrondinformatie over taalvariatie en kan er snuisteren in dialectwoordenboeken, sprekende woordkaarten en taalkaarten.

Op de interactieve kaart van de database van de Zuidelijk-Nederlandse dialecten van Universiteit Gent en het Instituut voor de Nederlandse Taal (INT) vind je meteen welke dialectwoorden waar gebruikt worden.